maandag 11 mei 2009

Europese Conferentie 27 april 2009 Intellectuele eigendom KMO's

De Europese commissie organiseerde op 27 april 2009 een conferentie rond het belang van

Intellectuele Eigendom voor kleine en middelgrote ondernemingen.

De intellectuele eigendom van deze ondernemingen heeft immers te maken met bescherming

van hun creativiteit, innovatie en dus hun concurrentiekracht.
www.Brandscan.be  nam hieraan deel vertegenwoordigd door Stephan Doukhopelnikoff.

Conclusie is dat het belang van intellectuele eigendom onderschat wordt en dat er iets moet gedaan

worden aan (het verlagen van) de financiële drempel tot het beschermen van intellectuele eigendom.

Informatie en video’s zijn beschikbaar op de website van de Europese commissie.

http://ec.europa.eu/enterprise/enterprise_policy/industry/ipr_conference.htm

 

vrijdag 1 mei 2009

Bescherm en 'manage' uw intellectuele eigendom! Brussel 27 april 2009

Perstekst Branscan.be

 

Conferentie georganiseerd door de Europese Commissie betreffende Intellectuele Eigendom voor kleine en middelgrote bedrijven.

 

Zoals vastgesteld in Europa, waarschuwt Stephan Doukhopelnikoff, internetadvocaat en eigenaar van BrandScan.be voor een gebrek aan beheer van intellectuele eigendom bij kmo's.

 

"De intellectuele eigendom is juist het belangrijkste competitievoordeel dat (kleine) ondernemingen hebben. Als je een groot bedrijf hebt, heb je uiteraard nog andere troeven, zoals je distributienetwerk en je contracten. Maar voor kleinere bedrijven zijn juist de immateriële activa belangrijk."

"Patenten zijn uiteraard duur maar klein beginnen kan door eerst te zorgen dat de naam van je vennootschap of product gemanaged worden door het vastleggen van een merk en domeinnaam."

Stephan waarschuwt echter voor lichtzinnig optreden. Iedereen kan via het internet een domeinnaam of merk vastleggen.

Nu word ik meer en meer geconfronteerd met cliënten die dit lichtzinnig hebben gedaan en dan plots worden aangesproken door degene die rechten claimt. Voorafgaandelijk onderzoek is dus de boodschap. Dit onderzoek kost een fractie van een procedure als je lichtzinnig hebt vastgelegd.

Ook reclamebureaus dragen een grote verantwoordelijkheid. Alvorens een ontwerp te maken, is het ook hun taak de klant te wijzen op de juridische gevolgen. Hun kosten zijn immers een maat voor niets als hun ontwerp lijkt op een ander beschermd ontwerp of logo.
Dan nog niet gesproken over de schadevergoeding die kan worden geëist. Uw intellectuele eigendom is geld waard, dit is de meest toegevoegde waarde die wij nog hebben in onze Westerse kennismaatschappij. Aldus Stephan
.

 

dinsdag 28 april 2009

Volstrekte bevoegdheid van Vrederechter, opgelet!

Art. 590 Ger.W.: De Vrederechter neemt kennis van alle vorderingen waarvan het bedrag
€ 1 860.00 niet te boven gaat

 

Art. 557 Ger.W.: Wanneer het bedrag van de vordering de volstrekte bevoegdheid bepaalt, wordt er onder verstaan de som die in de inleidende akte wordt geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke intrest en van alle gerechtskosten (alsook van de dwangsommen).

 

MAAR OPGELET!

 

Art. 558 Ger.W.: Wanneer de vordering verschillende punten bevat, worden deze samengevoegd tot bepaling van de bevoegdheid.

 

Ontslag wegens surfen op Facebook tijdens ziekte.

In Zwitserland is een vrouw ontslaan omdat ze tijdens haar ziekte aan het surfen was op Facebook.

De vrouw had beweerd dat zij niet voor een computer kon werken omdat zij diende te rusten in een donkere plaats. De Zwitserse verzekeraar Nationale Suisse stelde vast dat zij tijdens deze ziekte actief was op Facebook en deelde dan ook mee dat zij het vertrouwen in haar werknemer had verloren.

De verzekeraar deelde dan ook mee dat het misbruik van vertrouwen, eerder dan de activiteit op Facebook, leidde tot beëindiging van de tewerkstelling.

De dame in kwestie beschuldigt de verzekeraar van inbreuk op haar privacy.

bron

donderdag 23 april 2009

Wet 27 maart 2009 invordering van schulden van de consument

wet betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument ook van toepassing op advocaten


Bij art. 38 en 39 van de economische herstelwet van 27 maart 2009 (B.S. 7 april 2009) werden een aantal bepalingen van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument gewijzigd.

Voortaan valt de activiteit van minnelijke invordering van schulden gesteld door een advocaat of een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of zijn ambt ook onder de toepassing van deze wet, met uitzondering van de artikelen 4, 8 tot 13 en 16 van de wet.

In het kader van de minnelijke invordering van schulden van de consument verbiedt artikel 3 van de wet een aantal gedragingen, voornamelijk terug te vinden bij incassokantoren en niet gebruikelijk voor advocaten. Dit artikel zal wellicht weinig wijzigen aan de praktijk van de advocaat.

Artikel 5 van de wet bepaalt dat het verboden is aan de consument enige vergoeding te vragen, anders dan de overeengekomen bedragen in de onderliggende overeenkomst in geval van niet naleving van de contractuele verbintenissen. De advocaat mag dus in het kader van de minnelijke invordering van schulden geen vergoeding vragen voor de eigen activiteit. Ook dit is in de advocatuur niet gebruikelijk en zal dus niets wijzigen aan de praktijk.

Belangrijkste wijziging is terug te vinden in artikel 6, dat bepaalt welke vermeldingen verplicht moeten voorkomen in een ingebrekestelling in het kader van een minnelijke invordering van schulden van de consument:

1.     de identiteit, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoonnummer en de hoedanigheid van de oorspronkelijke schuldeiser;

2.     de naam of de benaming, het adres en, desgevallend, het ondernemingsnummer van de advocaat;

3.     een duidelijke beschrijving van de verplichting die de schuld heeft doen ontstaan;

4.     een duidelijke beschrijving en verantwoording van de bedragen die van de schuldenaar geëist worden, met inbegrip van de geëiste schadevergoedingen en nalatigheidsintresten;

5.     de vermelding dat, bij afwezigheid van reactie van de schuldenaar binnen een termijn van 15 dagen, de schuldenaar tot andere maatregelen tot invordering kan overgaan;

6.     een afzonderlijke alinea, in vet gedrukt en in een ander lettertype met volgende tekst: “deze brief betreft een minnelijke invordering en geen gerechtelijke invordering (dagvaarding voor de rechtbank of beslag)”.

De advocaat kan dus niet overgaan tot gerechtelijke invordering voor het verstrijken van een termijn van 15 dagen die aanvangt op de datum waarop de schriftelijke aanmaning wordt verstuurd. Krachtens deze wet is de advocaat wel niet verplicht een ingebrekestelling te zenden vooraleer over te gaan tot gerechtelijke invordering. Indien de ingebrekestelling wordt verzonden door de cliënt-schuldeiser is de wet daarop niet van toepassing.

Naast strafsancties voorziet de wet ook in belangrijke gerechtelijke sancties.

Artikel 14 bepaalt: "Iedere betaling die verkregen wordt in strijd met de bepalingen van de artikelen 3, 4, 6 en 7, behalve in het geval van een kennelijke vergissing die de rechten van de consument niet schaadt, wordt beschouwd als geldig door de consument verricht ten opzichte van de schuldeiser, maar dient door de persoon die de activiteit van minnelijke invordering van schulden verricht, te worden terugbetaald aan de consument. Heeft de invordering van een schuld betrekking op een geheel of ten dele onverschuldigd bedrag, in het bijzonder met toepassing van artikel 5, dan is degene die de betaling ontvangt ertoe gehouden het bedrag terug te betalen aan de consument, vermeerderd met de nalatigheidsintresten te rekenen van de dag van de betaling.”

Concreet betekent dit dat de advocaat die van een consument een betaling bekomt, na een ingebrekestelling die niet voldoet aan de vereisten van artikel 6 van de wet, gehouden kan zijn dit bedrag enerzijds door te storten aan zijn cliënt, maar anderzijds bij wijze van sanctie terug moet betalen aan de consument.

 

donderdag 16 april 2009

Europees Merk vanaf Mei 2009 goedkoper

Wij vernemen dat de Europese Commissie een verlaging van de kostprijs heeft gepland voor het registreren van een Europees Merk.

Het vastleggen van een Europees merk wordt vanaf mei 2009 goedkoper.

Onze richtprijs zal van 3000 € naar 1800 € gebracht worden.

 

 

vrijdag 27 maart 2009

Contract tussen kunstenaar en galerijhouder

De rechtsverhoudingen tussen kunstenaar en een galerijhouder zijn niet evident.
Vandaar dat het best aangewezen is een contract af te sluiten.

Het contract biedt een antwoord op verschillende vragen:

1.       Welke afspraken worden gemaakt tussen kunstenaar en galerijhouder?

2.       Welke zijn de contractuele verhoudingen? Is de galerijhouder een lasthebber of een commissionair?

3.       De afspraken hebben betrekking op de voorbereiding van de tentoonstelling zoals het leveren van het werk, het afsluiten van verzekeringen en zo verder.

4.       Elke promotie wordt er gevoerd? Wie verkoopt? Wat wordt in licentie gegeven?

5.       Welke kunstwerken worden tentoongesteld en op welke manier?

6.       …

Voor verdere informatie kan mij mailen op stephan@doukhopelnikoff.com